“Met die ballen kan ik echt niet spelen hoor!”

(Over smoezen en uitvluchten bij het tennissen.)

Wat is dat toch met ons spelletje tennis? Dat alsmaar uitvluchten zoeken wanneer er iets is misgegaan? Nou zijn er inderdaad wel wat factoren bij onze sport te bedenken waarbij de verleiding heel groot kan zijn om bij gespeelde missers de schuld buiten onszelf te zoeken. Laten we ze eens onder de loep nemen, om te beginnen het materiaal waarmee we spelen.

“Ik speel met m’n oude racket, daar heb ik maandenlang niet mee gespeeld.”(Nou en? Je hebt er voordien toch ook mee gespeeld!) “Ik heb net een nieuwe bespanning, moet wel wennen hoor!” (Boeiend.) “Ben vergeten om er een nieuwe overgreep op te zetten; ik heb nu helemaal geen gevoel in m’n hand.” (Niet zo handig hè, eigen schuld.) “Jeetje, wat voor ballen zijn dit nou weer? Van vorig jaar zeker!” (Je had ze zelf vooraf even gecheckt, hoor.) “Ik speel toch liever met Wilson-ballen.” (Koop die dan!) En deze , niet te vergeten, die hoor je dagelijks op de baan: “Die ballen komen echt voor geen meter op!” (Was gewoon een heel goed, strak over het net geslagen bal.)

En dan de ondergrond. Daarvan kan gezegd worden dat je zeker zult moeten wennen als je op een ander park met een andere ondergrond te maken krijgt. Iedere tennisser snapt dat je daar dan niet in een keer mee overweg kunt. En ook als onze eigen gravelbaan gortdroog is ervaar je de stuit van de bal anders dan als de baan lekker bespeelbaar is. Oké, laten we dan maar niet te streng zijn over de klachten die dan te horen zijn.

Maar nu het spelletje zelf. Tegenstander speelt de ballen opmerkelijk vaak precies op de lijnen. Kan toeval zijn, maar een beetje ervaren tennisser weet dat hele scherpe spel juist te waarderen. “Jeetje man, dat is de zoveelste keer precies op de lijn….!” Het is wel heel gemakkelijk om al die winnende slagen dan toevalstreffers te noemen. Je krijgt een onderhands geslagen service op je af, totaal onverwacht, (“Ja hallo, dat doe je toch niet!!??”) en je bent eventjes de weg kwijt. Ook zo’n situatie waarbij een uitvlucht snel gevonden is. “Mooie bal!” roepen, als je een simpel naar jou toe geslagen bal volkomen mist. (Wat nou “mooie bal”? Gewoon een fout van jou hoor.) Hoe te reageren op een lucky net-bal? Accepteren we dat, of raken we er door van slag? (“Jemig, dat is de zoveelste keer! Dat gelukje heb ik nog niet gehad!”)

En dan nu de situaties in een dubbelpartij. Dat wordt leuk, want dan heb je een partner die de volle laag kan krijgen. Maar wacht, heb ik niet eerder eens geschreven dat wij een vereniging van nette mensen zijn? Daar verwacht je geen verwijten richting je dubbelspelpartner. Toch? Nou, dan houden we het erop dat de nu volgende voorbeelden alleen bij andere verenigingen voorkomen. Jij staat aan het net, bal wordt door het midden geslagen, maar je reageert net een fractie te laat. Partner schrikt zich rot van de bal die plotseling zijn kant op komt en ziet de bal vlak voor de achterlijn ín vallen. Kan gebeuren, maar partner denkt daar anders over, gezien de verwijtende blik jouw kant op. (Wáárom???) Jij slaat op 30 – 40 een dubbele fout (4 – 5 achter) en je ziet partner, schouders naar beneden, ontmoedigd naar de andere kant van het net lopen. (Je hoort hem “Daar gáát de set…” denken.) Je mist een smash, er zat behoorlijk wat spin in de bal. Diep in het net geslagen! Zie je op Wimbledon ook gebeuren, maar toch kan je partner het niet laten je erop te wijzen dat er heel veel spin in de bal zat. “Dan weet je toch dat de bal heel snel daalt bij jouw smash!” Enzovoort, enzovoort. Met andere woorden: je partner vindt dat jullie partij verloren wordt door jouw fouten. Uitvlucht nummer zoveel, waar zelfreflectie ook wel even op zijn plaats zou zijn geweest.

En wat er nogal zo meer te verzinnen valt als een er een bal gemist wordt of volkomen verkeerd geslagen. Vooruit dus, nog maar een serietje smoezen: * Ik keek recht in de zon! * Dat kwam door de wind! * Ik moet er op zondagochtend altijd wel even inkomen hoor! * (Bij het opgooien van de bal) Ik heb gewoon last van die kleine wolkjes in de lucht! * Ik kan echt niet tegen die hoge ballen. * Haar/zijn spel ligt me helemáál niet. * (Als er net een blik nieuwe ballen is opengetrokken) Jemig, wat een kogels, daarmee sla ik alles meters uit!

Er zijn maar moeilijk andere voorbeelden van activiteiten/sporten te bedenken waarbij de lijst van smoezen en uitvluchten net zo lang is als bij onze geliefde sport. Tennis-psychologen, aan het werk!