X

Maarten, de tennisleraar

“Nee, ik ben zeker niet met een tennisracket in mijn hand geboren! Dat is bij de meeste tennisleraren trouwens wel het geval. Ik ging namelijk eerst zwemmen, en van m’n 9e t/m mijn 13e zwom ik op wedstrijdniveau. Toen heb ik nog even voetbal geprobeerd, maar dat vond ik niks. De gastjes om mij heen waren op veel jongere leeftijd begonnen, dus ik had meteen al een achterstand. Daarna kwam het tennissen om de hoek kijken, samen met mijn broer. Elk weekend, en dát was ik wilde: tennissen!”

Ik praat met Maarten, een van onze tennisleraren op Houtrust. Hij is 40 uur per week op de baan te vinden, om jong en oud de beginselen van het tennis bij te brengen, maar ook het niveau op te tillen van de gevorderden onder ons. “Daardoor heb ik eigenlijk geen tijd om zelf te spelen, wat ik wel jammer vind. Maar ja, als ik naast die 40 uur ook nog zelf zou gaan spelen, wordt het wel alleen maar tennis. En er is ook nog een privéleven.”

Maarten is samen met compagnon Corjon in 2023 begonnen met de tennislessen, nadat Never Out de samenwerking met tennisschool De Rook (waarbij Maarten in loondienst was) om redenen had beëindigd. Een moeilijke periode brak aan, maar die ligt nu gelukkig achter hem. Het gaat goed met het leerlingenaantal. “Corjon staat ook 30 á 35 uur per week op de baan. En dan hebben we ook nog zzp-ers in dienst, die lessen verzorgen. Ermin, Alexander, Daniël en Zouhir.”

Op mijn vraag of Maarten een voorkeur heeft voor het lesgeven aan kinderen of volwassenen is hij duidelijk: “Allebei leuk, het maakt me helemaal niet uit.” Groepsles dan, tegenover privéles? “Dat hangt er wel een beetje van af. Als ik een lange dag heb, heb ik liever een paar groepslessen achter elkaar dan privélessen. Dat scheelt namelijk wel. Maar het mooie van privélessen is wel dat je wat sneller resultaat kunt zien, én je bouwt wat meer een band op met de leerling.” Het blijkt niet altijd eenvoudig te zijn om een gelijkwaardige groep samen te stellen. “Er zijn leerlingen bij die maar één mogelijk tijdstip opgeven voor de lessen, en er zijn er die persé niet met die en die willen spelen. Maar gelukkig gaat het indelen van de groepen heel wat gemakkelijker dan een paar jaar geleden. Toen waren Corjon en ik 4 weken lang bezig om met de hand iedereen op de gewenste tijd te krijgen. Daarvoor moesten we urenlang bellen , sms-en en Whatsappen. Maar nu hebben we er een computerprogramma voor. Dat is wel lekker! En verregende lessen halen we zo veel als mogelijk in in de 3 extra weken die we inplannen. Of we verzetten lessen naar de zondag.”

Hoe werkt dat eigenlijk, tennisleraar worden? “Ik heb het via ‘Sport en beweging’ gedaan. Is een wat bredere sportopleiding, waardoor je ook (stel je wilt op een gegeven moment stoppen met tennisleraar zijn) bijvoorbeeld sportevenementen kunt organiseren. Bovendien heb ik daar een akte behaald om in bijvoorbeeld sportscholen mensen te begeleiden bij hun fitnesstrainingen. Een achter-de-handje dus. Maar voorlopig vind ik tennisles geven nog steeds superleuk. Bij ‘Sport en beweging’ leer je het geven van tennisles onder andere door, onder begeleiding van jouw docenten, les te geven aan collega studenten die geen tenniservaring hebben. Erg leuk en leerzaam was dat. En met mijn b-akte op zak kan ik eventueel ook nog op hoger niveau les gaan geven.”

Het wordt tijd om onderdelen van de techniek van het tennissen met Maarten te bespreken. Een open-deur vraag om mee te beginnen: Wat is de moeilijkste slag voor de meeste tennissers? “Ja, de backhand natuurlijk! Behalve dan voor linkshandigen.” Dat mag je me wel even uitleggen. “Nou, de linkshandige krijgt van een rechtshandige tegenstander de bal vaker cross op z’n backhand aangespeeld. Die is dus meer gewend om dan een backhand te slaan. En rechtshandige spelers hebben een veel sterkere rechter- dan linkerhand, omdat heel veel in de dagelijkse praktijk gericht is op rechtshandigen.” Links-georiënteerd, rechts-georiënteerd; het lijkt wel een politiek spel geworden, begon ik te denken. Maar, over backhand gesproken: waarom wordt die tegenwoordig zo vaak dubbelhandig geslagen? “Dat komt omdat het materiaal waarmee we tegenwoordig spelen erg veranderd is. De snelheid van de bal is daarmee ook hoger geworden. En met een dubbelhandige backhand kan je beter controle over je slag uitoefenen én meer kracht geven. Zeker bij de jeugd leer ik de dubbelhandige backhand standaard aan, maar ook wel bij volwassenen. Tenzij zij er echt niet uitkomen.” En Maarten, als jij over het park loopt en je ziet zo links en rechts verkeerde backhands geslagen worden door die eigenwijze senioren, denk je dan wel eens: “Kom maar eens paar lesjes dubbelhandig bij me halen!”? “Zeker denk ik dat wel eens, maar men zegt toch dat het ze niet zal gaan lukken, omdat ze al jaren de enkelhandige backhand gewend zijn.”

De favoriet slag van Maarten is onmiskenbaar de service. “Zeker weten, altijd geweest en het is mijn wapen. Dat was mijn forehand ook wel, maar die is achteruit gegaan door het lesgeven.” Leg uit, dat snap ik niet. “Nou, bij de lessen heeft het geen zin om de leerlingen met een topspin geslagen forehand aan te spelen, want die krijgt de beginnende leerling niet terug. En ik sloeg zo’n bal vroeger altijd met topspin, maar ja, nu ben ik mijn forehand dus een beetje kwijtgeraakt. Dat is best wel een nadeel van het lesgeven; je eigen spel gaat wel achteruit.”

Over de opslag heeft Maarten nog wel wat te melden: “Geen twee mensen slaan de service op dezelfde wijze. Ook al leer ik de nieuwe leerling, die vanaf nul begint, volgens een methode aan hoe je de service dient te slaan, er komt bij veel mensen toch een ‘eigen dingetje’ in de slag. Een lusje hier, een extra beweginkje daar, bal wel of niet tegen het racket vlak voor de opgooi, het racket niet in de nek leggen, enzovoort. Men doet uiteindelijk toch wat men vindt dat het beste bij haar/hem past. En dat is oké natuurlijk, daar niet van.” Nog één ding over de service, naar aanleiding van mijn geuite verbazing over het feit dat je van sommige spelers die een heel fors geslagen forehand hebben, toch een voorzichtige service krijgt. Zonder aarzeling zegt Maarten daarop: “Angst, pure angst! Je hebt maar 2 kansen voor een service, iedereen wacht op je, men kijkt naar je; je wordt bang om een fout te maken. Faalangst dus. Maar, pak je concentratie, stuiter een paar keer met de bal voor je slaat; even je tijd nemen. Weet je, een behaald punt begint vaak met een goede service!”

Dank voor de les, Maarten!